Wetten en natuurwetten
Natuurwetten zijn wetten die iedereen moet volgen. Het enige wat je daar tegen kunt doen is een goede uitvinding doen. Bijvoorbeeld: een mens kan niet vliegen als een vogel, maar kan wel een vliegtuig gebruiken. De door mensen gemaakte regels en wetten zijn juist subjectief, je kunt ze overtreden als dat nodig is en je kunt ze zelfs veranderen.
Waarom is in België de maximumsnelheid buiten de bebouwde kom hoger dan in Nederland? Waarom was het in mijn jeugd verboden om radiosignalen privé te gebruiken terwijl je nu thuis gewoon een internetzendertje (WLAN-router) mag hebben staan? Waarom zijn alcohol, tabak en koffie legaal? En het terugdraaien van de kilometerteller wordt nu ineens illegaal?
Omdat wetgeving niet wetenschappelijk is, maar subjectief.
Alfa’s en beta’s
In de omgang met wetten en natuurwetten merk je een groot verschil tussen mensen uit alfa-richtingen en de meeste beta’s. Wat ik merk is dat beta’s geneigd zijn om door mensen gemaakte wetten net zo strict te volgen als natuurwetten, op het slaafse af soms!
Terwijl alfa’s zich er van bewust zijn dat regels juist extra kansen opleveren: je kunt ze overtreden bijvoorbeeld. Je kunt iets te laat inleveren bijvoorbeeld, als je dat winst oplevert. En met de juiste argumenten kan je de door mensen gemaakte wetten zelfs gewoon te veranderen. Ontvangen van satelliet-TV verboden? Mobiele telefoons verboden? Niet als we de wet aanpassen.
Internet
Niet alle beta’s zijn hetzelfde. Zo denk ik terug aan hoe mijn generatiegenoten en ik het internet naar Nederland gehaald hebben.
Oorspronkelijk was het in Nederland niet eens toegestaan om een computermodem op het telefoonnet aan te sluiten. Dus die modems maakten we zelf, of we ïmporteerden ze „grijs” uit Azië en we gebruikten ze toch. Uiteindelijk kwam er een systeem van NL-goedkeuringsnummers en mochten mensen wel hun eigen apparatuur aansluiten.
Vervolgens was het in Europa niet toegestaan om je als particulier aan te sluiten bij internet. Dus vonden we manieren om dat toch te doen. En zonder de Nederlandse kartelprijzen te hoeven betalen.
In die tijd verliep de verbinding met internet via de telefoon. Het lokale telefoontarief was volgens ptt telecom „net kostendekkend”, dus die prijs kon niet omlaag. Maar toen kwamen er alternatieve telefoonaanbieders op de markt en bleek dat er zoveel lucht in deze prijs zat dat daarvan gemakkelijk internettoegang betaald kon worden – gratis internet was geboren.
En zo kwam van het een het ander: in het begin betaalden we elke maand kapitalen aan lokale telefoonkosten, tegenwoordig zijn we met ADSL de hele maand verbonden met internet tegen prijs die zo laag is dat we er 20 jaar geleden nog niet van durfden te dromen.
Reacties en updates