Ode aan de CRT
Dankzij de ouderwetse beeldbuis konden we vanuit ons huis de wereld zien en werken met computers. Maar de meeste apparaten met een beeldbuis zullen de komende 10 jaar vervangen worden door nieuwe, platte schermen.
De beeldbuis was een mooie praktische toepassing van de theorie die je bij het vak Natuurkunde leerde, over electronen en hoe ze zich laten beïnvloeden door electrische en magnetische velden. Ik ben benieuwd hoe kinderen deze principes in de toekomst zullen gaan leren.
Zwart-wit
Het begon allemaal met de zwart-wit beeldbuis. Als kind heb ik veel tijd daarvoor doorgebracht. Op de TV zat nog voor elke zender een aparte knop, dat waren er een stuk of 6 op de oudste TV die ik me herinner. Als je echt teveel TV gekeken had, dan ging je zelfs in dat zwart-wit beeld kleurtjes zien.
Ik heb wel eens op een „arcade” spel gespeeld waarin een zwart-wit beeldbuis zat, maar waar ze door er gekleurd stroken plakband overheen te plakken hadden ze geprobeerd om het toch een beetje kleur te geven.
Wij waren thuis vrij laat aan de kleurentelevisie: de prijs was intussen gedaald naar 3.000 gulden (€ 1.361) voor een 65 cm toestel. Dit was de versie met Teletekst. In dezelfde familie maakte Philips nog 2 andere modellen: een versie zonder Teletekst (700 gulden goedkoper) en een versie met niet alleen Teletekst maar ook Viditel (1.000 gulden duurder).
Computerschermen
Computerschermen waren altijd veel duurder dan televisies. De eerste homecomputers (zoals mijn Sinclair computers) sloot je normaal gesproken aan op een televisie.
Bij de latere opkomst van de PC hoorde ook de opkomst van de computermonitor. Dit was eigenlijk een stap terug in de tijd vergeleken bij de TV: je begon weer met een klein, monochroom scherm. De eerste computermonitoren gaven een groen beeld, als je iets meer geld te besteden had kon je ook een scherm nemen met amberkleurig beeld.
Dit kan je je tegenwoordig niet meer voorstellen: hoe langer de nagloeitijd van het scherm was hoe beter, want dit gaf een rustiger beeld. In die tijd waren monitoren geschikt voor maar één of een paar vaste frequenties. Op mijn eerste PC zat ik te turen in een 14 inch (31 centimeter) Philips BM 7513 monitor.
Toen de PC begon in te burgeren, werd het „paperwhite” scherm populair. Spelletjes in kleur bestonden al wel, maar kleurenschermen waren nog te duur: als oplossing hiervoor kwamen er Hercules videokaart klonen die het kleurenbeeld in grijstinten konden weergeven op een zwart-wit monitor. Dit kon ook met een programmaatje, als je systeem snel genoeg was.
Een grote vernieuwing in videokaart/monitor techniek was de overstap op „vierkante pixels”: niet langer werd de maat van pixels bepaald door de beperkingen van de electronica van het scherm.
Gevaar
Maar behalve met de goede dingen heb ik beeldbuizen ook altijd met „gevaar” geassocieerd:
- De hoogspanning die nodig was om ze te laten werken;
- het feit dat ze vacuüm zijn en dus kunnen imploderen;
- en de Röntgenstraling die van het apparaat komt.
Het eerste probleem is gemakkelijk op te lossen: het apparaat niet open maken. Om kosten te besparen was vroeger in een televisie het chassis met de netspanning verbonden. In die tijd was het daarom ook niet normaal dat een TV veel externe aansluitingen had. Er waren nog veel andere manieren om op kosten te besparen, bijvoorbeeld door alle electronenbuizen in serie geschakeld op de netspanning aan te sluiten.
Bij de eerste televisies was het zo dat wanneer de beeldbuis implodeerde het glas door de hele kamer vloog. Sommige resten bleven zelfs een stuk in de muur steken. Oorspronkelijk beveiligden fabrikanten hun televisie’s met een extra glasplaat voor de beeldbuis. Later ontdekte iemand dat een simpele stalen band rondom het glas van de beeldbuis voldoende was om in geval van implosie vrijwel alle glassplinters binnen het apparaat te houden. Dit werd de „intrinsic implosion protection” genoemd.
Voor het probleem van de Röntgenstraling is voor zover ik weet nooit een oplossing gevonden. Het glas van een beeldbuis bevat veel lood en dat moet de straling tegenhouden.
Een klassiek brandgevaar zijn „televisies van bejaarden”. Deze apparaten zitten vol met huisstof en worden de hele dag gebruikt, worden dus lekker warm.
Er bestond een bepaalde serie TV’s waarin een elco een negatieve spanning kreeg wanneer de TV in standby stond. Elco’s kunnen daar niet zo goed tegen en binnenin gaat zich gas vormen. Omdat het maar een heel kleine negatieve spanning was was de kans klein dat de elco ontploft, maar uiteindelijk is het toch bij een aantal consumenten gebeurd, met brand tot gevolg.
Kwaliteit
De afgelopen tientallen jaren was er niet meer zo’n groot verschil in kwaliteit van beeldbuizen: er waren maar een paar productenten van beeldbuizen die door alle fabrikanten gebruikt werden om televisies en monitoren te maken. Het verschil was vooral de kwaliteit van de overige de electronica en het ontwerp daarvan en de kwaliteit van de montage.
Normaal gesproken slijt een beeldbuis niet zoveel en kan je het heel lang vantevoren zien aankomen. Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Een ramp was bijvoorbeeld een serie Philips beeldbreedtelevisie’s die in Polen geproduceerd werd. Philips had daar duidelijk het productieproces en/of de Polen niet in de hand: bij een groot aantal TV’s moest snel de beeldbuis vervangen worden en ook overige dure onderdelen in deze toestellen begaven het veel te snel.
Je vindt er nog heel veel berichten over op consumenten forums, zoals Radar. Het enige aanbod dat Philips deed was een losse beeldbuis te leveren voor € 350 exclusief inbouwkosten. Je zou verwachten dat er veel protest van bedrogen klanten zou komen, maar uiteindelijk is het allemaal met een sisser afgelopen.
Recycling
De oude beeldbuizen bevatten een hoeveelheid lood en andere giftige stoffen en ze moeten milieuvriendelijk gerecycled worden. Ook deze techniek ontwikkelt zich. Op YouTube zie je hoe dat tegenwoordig gebeurt:
Links
- repairfaq.org: Alles wat je wilt weten over het repareren van CRT’s
- wikipedia.org: de werking van de beeldbuis
Reacties en updates