Opa vertelt: hoeveel kostte internet voor ADSL

internetHoe ging je in Nederland het internet op toen er nog geen adsl was? Hoe snel was de aansluiting en hoeveel betaalde je voor de bandbreedte? Dit is een artikel uit de serie „Opa vertelt” met samenvattingen uit meer dan 10 jaar nieuwsgroep nl.telecom.

In dit artikel:

  • Internet voor Universiteiten
  • Inbellen
  • Huurlijn
  • Kabelinternet
  • adsl

Internet voor Universiteiten

In het begin was internet alleen beschikbaar voor universiteiten en onderzoekers bij grote bedrijven. Het www was nog niet uitgevonden en in plaatjes was de kleur van elke pixel belangrijk. Voor het versturen van bijvoorbeeld e-mailtjes naar Amerika rekende men 0,64 cent voor elk datapakket van maximaal 64 karakters — nee, dat zijn geen GigaBytes of MegaBytes, maar losse bytes.

Een hele universiteit deelde samen één 2 Mbps of 4 Mbps aansluiting.

22.000 GB per maand kost de isp nu een paar honderd euro. Dit is ongeveer 1.000 keer zoveel als wat ik nu in m’n eentje gebruik.

In 1998 gebruikte Surfnet, dat zijn alle Nederlandse universiteiten, studenten en medewerkers samen, 22.000 GB per maand, wat toen onvoorstelbaar veel data was. Een dergelijk verbruik was onbetaalbaar voor gewone bedrijven, het was alleen voor universiteiten te betalen dankzij subsidies van de overheid. Woningen zouden nooit een aansluiting met een snelheid van 256 kbps kunnen krijgen, zo zeiden de deskundigen: die snelheid was gewoon te duur.

Inbellen

telefoon opa vertelt

Als je vanuit huis een dataverbinding wilde, dan ging dat altijd via de telefoonlijn. Omdat elk nieuw modem sneller was dan het vorige (1200, 2400, 9600, 14k4, 19k2, 28k8, 33k6, 56k, isdn) kon je steeds meer data versturen voor dezelfde telefoonkosten.

Inbellen bij internet kon oorspronkelijk alleen via je werkgever of via een illegale aansluiting in Amerika (inbellen kostte je dan dus meer dan een gulden per minuut), later kon het ook legaal via xs4all of de hcc. Voor de geluksvogels die lokaal konden inbellen kostte dat 15 guldencent per 10 minuten, anders was het 15 guldencent per 94 seconden. Tijdens werkuren was inbellen dubbel zo duur.

Op een gegeven moment werd de telefoonmarkt vrijgegeven en mocht kpn geld vragen aan andere telecombedrijven die wilden bellen naar kpn aansluitingen. En omgekeerd moesten ze betalen, zodat internetproviders voortaan enorme bedragen aan kick-back ontvingen. Iets dat in nieuwsgroep nl.internet.providers jarenlang door belanghebbenden bij hoog en bij laag ontkend werd; een leerzame les dat niet alle mensen die werken bij een technisch bedrijf zo betrouwbaar zijn als een techneut.

Direct daarna verschenen er een paar „gratis” internet providers, eerst alleen regionaal, daarna landelijk dankzij een „trucje” bij HetNet. Er kwamen steeds meer „gratis” internetproviders bij, de meeste werkten in eerste instantie via het netwerk van kpn en werden snel daarna helemaal door kpn opgekocht.

Omstreeks het jaar 2000 was inbelinternet volwassen geworden. De kpn inbelmodems van heel Nederland waren aangesloten op wat heette „het uds netwerk van Unisource”, dit had een totale capaciteit van 34 Mbps. Dat netwerk te verbinden met internet kostte ze in die tijd waarschijnlijk ongeveer 400.000 gulden per maand. Maar ondanks die kosten kan je uitrekenen dat dit werkelijk astronomische winsten opgeleverd moet hebben; niet alleen omdat elke kbps aan tussen de 20 en 300 (!) internetters tegelijkertijd verkocht werd, maar ook omdat die mensen allemaal een tarief per inbelminuut betaalden — en er belden in die tijd zoveel mensen naar internet, dat het telefoonnet in Nederland juist in de zogenaamde „daluren” regelmatig overbelast was.

Huurlijn

Het inbellen verliep intussen als een geoliede machine, maar je betaalde nog steeds voor elke minuut die je verbonden was. Kon dat niet anders?

Al in de tijd van de bbs’en was een „huurlijn” een droom voor veel mensen — en meestal bleef het ook een droom. Een analoge huurlijn kostte een vast bedrag van 71 gulden per maand, dat was vaak goedkoper dan je inbelkosten, maar: voor dat geld had je alleen een verbinding naar het gebouw van je isp, dat is nog niet een werkende verbinding met het internet en de rest van de wereld.

Iljitsch van Beijnum plaatste in nl.telecom ooit dit kostenschema voor digitale huurlijnen:

Prijzen digistream huurlijnen van 0 kilometer.

Snelheid     Eenmalig    Per maand   Netwerkaans.

      64         2000         310         155
     128         4000         540         270
     192         6000         760         380
     256         8000         940         470
     384        10000        1120         560
     512        10000        1300         650
     768        10000        1500         750
    1024        10000        1680         840
    1536        10000        1750         875
    1984        10000        1750         875

De snelheid is in kbps, de prijzen zijn in guldens. Deze tabel is voor een afstand van „0 kilometer”, oftewel je bent aangesloten op dezelfde wijkcentrale als je isp. Voor een verbinding binnen een stad kan het best zijn dat je niet op dezelfde centrale aangesloten bent, dan betaalde je bijvoorbeeld het tarief voor „10 kilometer” en dat betekent ruim een verdubbeling van deze maandbedragen.

Zoals je ziet was dit voor thuisgebruik niet interessant.

Kabelinternet

Ook rond deze tijd begonnen sommige kabel-tv aanbieders met internet via de kabel. De verbinding was hooguit 256 kbps — de eerste klanten klaagden dat de verbinding in sommige wijken trager was dan een telefoonmodem. Je betaalde 60 tot 90 gulden per maand en kon „onbeperkt” internetten.

Kabelaanbieders dachten dat dat de consument zelf wel zou begrijpen dat „onbeperkt” natuurlijk niet echt letterlijk onbeperkt was. „Fair use” was op dat moment een nieuwe term in Nederland: voor kabelinternet gold een fair use limiet van 500 MB per maand en je betaalde 50 guldencent voor elke extra MB, dat was tot ongeveer 7 keer zo duur als het alternatief isdn.

Je mocht op het kabelmodem maar 1 computer aansluiten en daar controleerden ze op. Ze vonden je al grootverbruiker als je bijvoorbeeld een webcam had die 1 keer per 10 seconden het beeld ververste. Dat mocht echt niet; je kreeg dan het dwingende advies om je webcam op 1 plaatje per 10 minuten in te stellen.

Met kabelinternet kon je 24 uur per dag on-line zijn, maar als het je bedoeling was om veel data te versturen dan was elke dag een uur inbellen met isdn nog steeds goedkoper. En het bleek dat kabelproviders de identiteit van klanten gemakkelijk doorgaven aan hun vrienden van de muziek- en filmindustrie.

Maar ondanks alle nadelen werd internet via de kabel ontzettend snel populair.

adsl

adsl in België werd aangekondigd voor BEF1.899 (=47,08) per maand met 500 MB datalimiet. Da’s dus 9,4 eurocent per Megabyte. Zonder veel moeite vind je nu een mobiel 3G abonnement dat goedkoper is dan dit.

Al sinds ongeveer 1995 kon kpn verbindingen van 2 Mbps over telefoondraad aanleggen, volgens de hdsl techniek. Maar dat gebruikten ze liever alleen voor aansluitingen van 30 telefoonlijnen tegelijkertijd (eerst idn-30, later isdn-30).

De algemene vuistregel voor voorspellingen zegt: over 10 jaar is er nog niets veranderd. Maar dit blijkt niet voor adsl te gelden:

  • eind 1998 werd er ineens openlijk over adsl in Nederland gesproken;
  • oktober 1999 werd adsl officieel aangekondigd door kpn;
  • en 1 jaar later was het in (bijna) alle centrales aangelegd.

Het zou een investering van anderhalf miljard gulden (ongeveer 700 miljoen euro) geweest zijn. Voor de eerste adsl aansluitingen in Nederland betaalde de consument maar 50 gulden per maand (22,69) voor een 512 kpbs aansluiting of 65 gulden per maand (29,50) voor een 1024 kbps aansluiting. Veel sneller en goedkoper dus dan internet via de kabel. De aanbieders van kabelinternet konden niets anders doen dan hun snelheden en servicegraad drastisch te verhogen.

En langzaam maar zeker begon de datalimiet bij alle providers te verdwijnen. Een grotere provider in Nederland heeft in 2012 een 10Gbps aansluiting naar internet.

Wel werd bij alle providers de overboekingsfactor steeds hoger. Had in de tijd van het inbelinternet een goede provider nog een overboeking van tussen 1:10 en 1:20, tegenwoordig is bij breedband internet 1:40 overboeking de standaard. Bij adsl kan je een zakelijke aansluiting nemen met een overboeking van 1:25, 1:10 of zelfs 1:1, maar dat is veel duurder — bij XS4ALL is bijvoorbeeld 1:10 dubbel zo duur als 1:25.

Volgens sommige mensen zal de volgende stap zijn dat iedereen thuis een glasvezelaansluiting krijgt: de techniek om iedereen thuis een 1Gbps aansluiting te geven ligt al klaar. Nu nog een nuttige toepassing vinden die niet illegaal is…

De prijzen, snelheden en andere feiten heb ik gehaald uit berichtjes in nl.telecom.
Als jij denkt dat er iets niet klopt, dan graag hieronder een reactie.

Advertenties

Een gedachte over “Opa vertelt: hoeveel kostte internet voor ADSL

Vertel jouw mening

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s