De oude kleren van de keizer

shoppingWaarom hinten mijn jonge collega’s toch steeds zo opvallend over goede kledingwinkels? Wacht, ik weet het al: vroeger kon ik oude mensen met een baan in de IT gemakkelijk herkennen aan hun 10 jaar oude kleren (beste collega, die rode bandplooibroek is echt al héél lang uit de mode).

Bewust of onbewust?

Mijn jonge collega’s praten regelmatig met elkaar over hun nieuwste kleding. Voor mij is ongemerkt de tijd gepasseerd, dat ik bij het kopen van nieuwe kleding lette op wat modern en/of in de mode was. Ik realiseer me dat ik nu zélf soms kleding draag die ik daadwerkelijk meer dan 10 jaar geleden gekocht heb. Was dat een bewuste beslissing van me?

Er zijn nogal wat verschillende oorzaken voor deze verandering.

Als kind heb je goede redenen om elk seizoen alles nieuw te kopen: je zit volop in de groei, kleding gaat kapot door het spelen en het kopen van de nieuwste mode is bittere noodzaak want je wilt zeker niet uitgelachen worden op het schoolplein.

Toen ik meer zelf mijn keuze kon gaan maken, na de dictatuur van het schoolplein, kreeg ik al snel door, dat de kledingindustrie een succesvolle tactiek gebruikt om meer van hun spul te verkopen, namelijk: net niet dat produceren wat de consument wil hebben. Daardoor blijf je zoeken en koop je elke keer toch maar wat nieuws, dat het weer net niet is. Daarom zal je het vrij gauw weer zat zijn, waarna de aankoopgeschiedenis zich herhaalt. Een jaar of 10 geleden vond ik op een moment alles wat je nieuw kon kopen te lelijk (denk aan de modetrend dat kleding die je in de winkel kocht er meer versleten uitzag dan de oude kleding die je had weggegooid) en ik heb toen besloten om een keer een seizoen niets te kopen en mijn oude kleding op te dragen. Doe eens gek. En dat duurde uiteindelijk langer dan 1 seizoen.

Tegenwoordig zie ik niet eens meer de noodzaak om elk jaar iets nieuws te kopen: ik groei niet meer (in de lengte) en kleding verslijt bijna niet meer door dragen of door wassen (ik heb blijkbaar een erg goede wasmachine). Ik zou eigenlijk gemakkelijk 10 jaar lang dezelfde kleding kunnen blijven dragen. Dat het dragen van modekleding voor mij niet meer belangrijk is, heeft misschien ook iets met „volwassen” worden te maken. Ik denk dan terug aan de tijd dat ik pas in Amsterdam woonde, toen ik ontdekte dat het voor veel vrouwen juist een afknapper is als je hippe kleding draagt. Het leek alsof er hier een ongeschreven regel bestond dat het dragen van modieuze kleding iets was voor laag opgeleide mensen of zo.

Sommige high-fashion kledingmerken maken nu in 1 jaar zoveel verlies, als ze in de 10 jaar daarvoor bij elkaar verdiend hadden. Dat is crisis.

Als ik er nou even rationeel over nadenk: waarom zou ik een paar keer per jaar 160 euro betalen voor een vrijetijdsbroek, waarvan de productiekosten nog niet eens 10% van dat bedrag zijn?

Een andere reden kan zijn, dat ik tegenwoordig maar zelden kijk naar TV-reclame of soaps. Het valt waarschijnlijk niemand op, maar voor televisie zijn kledingmerken erg belangrijk. Ik heb eens een uitleg gehoord over hoe de mode-industrie letterlijk meer dan een jaar voordat de productie in de kledingfabrieken draait, al begint met priming: kleding van onder andere soapsterren wordt op de toekomstige collectie aanpast, om heel subtiel bij demense een onbewuste behoefte te creëren, waardoor zij jaren later die kleding zullen willen aanschaffen.

Mediabedrijven hanteren soms lijstjes van „yes-brands” en „no-brands” voor bijvoorbeeld kleding die je als medewerker mag dragen of onderwerpen waar je over mag praten: als je kunt kiezen, kies dan liever voor een merk uit de yes-brands lijst, maar merken op de no-brands lijst mogen absoluut niet want dat is de verkeerde kliek. Blijkbaar heeft ook dat subtiele invloed.

Succesvolle mensen

Een regel zegt: kleed je niet voor de baan die je hebt, maar voor de baan die je wilt.

Succesvolle topmensen blijken vaak juist een heel andere filosofie toe te passen op hun kledingkeuze, zo las ik een paar jaar geleden in een artikel. Deze mensen dragen met opzet elke dag (ongeveer) dezelfde saaie kleding: dat is gewoon praktisch en levert ze tijdwinst op.

Volgens een ander artikel hebben ambitieuze mensen (en die zijn natuurlijk vaak ook succesvol) overigens opvallend vaak last van een slecht reukvermogen, door genetische aanleg. Het is natuurlijk mogelijk dat dit meespeelt bij de kledingkeuze.

Kledingwinkels

Wat voor mij ook belangrijk meeweegt bij mijn eigen aankopen, zijn natuurlijk: de winkels.

Wat had ik vroeger een hekel aan kledingwinkels. Elke kledingwinkel had vervelend harde muziek. Verder liep er altijd een verkoopster rond, die je direct ongevraagd kwam „helpen”: een ander woord voor iets aansmeren dat je niet wilde kopen (maar waar de baas het meest aan verdiende). Op een gegeven moment leer je dan „nee” te zeggen tegen dat soort verkoopsters en koop je niets. Voor mensen met een Brabantse opvoeding is dat iets waar je even aan moet wennen, want bij oudere mensen uit de dorpen is het volgens mij zelfs nu vaak nog zo dat als je een willekeurige winkel binnenstapt, het voelt alsof je verplicht bent om er iets te kopen.

Ook anno 2015 heb ik een hekel aan kledingwinkels, maar om andere redenen. Tegenwoordig hebben ze meestal mijn maat niet. Als ik dan ergens kom waar ze wel normale Hollandse maten verkopen, de herenafdeling van V&D, dan krijg ik altijd het gevoel dat ik er net een dag te laat ben: alle nieuwe kleding is uitverkocht en lege rekken zijn opgevuld uit het magazijn met restanten van vorig jaar, of van het jaar daarvoor.

Andere winkels hebben alleen lelijke kleuren en verkoopsters hebben het tegenwoordig ofwel te druk met geld in de kassa stoppen (de grote internationale winkelketens op zaterdag­middag), of hebben geen zin om het gesprek met hun collegaatjes te onderbreken voor een klant die minder mooi is dan zij zelf.

En dan nog iets: waarom houden kledingwinkels vast aan openingstijden die gelijk lopen met werktijden van de werkende mens–zijn scholieren en bejaarden dan soms hun primaire bron van inkomsten? Mensen met een baan hebben tegenwoordig niet zoveel tijd meer om kleding te kopen. Regelmatig lees je in de krant dat het zo slecht gaat in de kledinghandel: ik vind het niet raar. Er zijn nog twee soorten kledingwinkels die goede omzet draaien:

  • Grote internationale modewinkelketens in de stad. Zij produceren elke week tegen minimale kosten een nieuwe collectie zodat jonge vrouwen elke week een reden hebben om te komen winkelen. Maar de kleding die ze hier verkopen hoort hoogstens 1 seizoen lang mee te gaan, zo is de kwaliteit ontworpen: wegwerpmaatschappij.
  • Grote regionale kledingwinkels in het land. Zij trekken klanten aan uit de gehele regio, omdat plaatselijk bekend is dat het een van de laatste plekken is waar je nog zonder veel moeite al je fatsoenlijke, degelijke kleding kunt kopen.

En dan is internet een alternatief. Ja, de kans is vrij groot dat het kledingstuk in werkelijkheid er anders uitziet dan op het plaatje. De kans is groot dat de maat afwijkt. Maar ondanks de risico’s vind ik het tegenwoordig niet eens meer de moeite waard om het in een kledingwinkel te gaan proberen; het is droevig, maar de kans op succes is daar nog veel kleiner.

Dus daarom bestel ik tegenwoordig gewoon kleding via internet en dan zie ik wel wat ik krijg.

Advertenties

Vertel jouw mening

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s