Dropjes: interactie met het bedrijfsleven

discoursZe zaten in een saaie vergadering in een supermodern gebouw in Schiphol-Rijk. Het was te warm, want het zonnetje kwam binnen door de grote ramen: onder deze omstandigheden was het moeilijk om wakker te blijven. „Ik ga het gewoon zeggen”, dacht de jonge ICT’er ineens.

Het is niet handig, het kost te veel en onze klanten willen het niet

Hij sprak: „Het is niet handig, het kost te veel en onze klanten willen het niet. Waarom doen we dit dan?”. Iedereen werd stil en keek alsof hij zonet een grap gemaakt had: grapjes begrepen ze namelijk ook nooit. De wijze oude man lichtte discreet toe: „Dat moet je straks even aan die meneer vragen”, terwijl hij mr. X aanwees.

Wie van de Drie

In de koffiepauze: „Ze zeggen dat ik u moet vragen. Wie bent u en wat doet u precies?”
Dat zal ik je vertellen in de vorm van een raadsel, zei de Hagenees, en sprak:

  • Mijn naam is Jut.
    Ik werk voor Rijksluchtstaat. Uit onderzoek blijkt dat als mensen met minder reistijd op hun werk kunnen zijn, dat ze dan verder van hun werk zullen gaan wonen. Die extra kilometers moeten we natuurlijk niet willen, met z’n allen. Daarom zorg ik dat de filelengte in de spits op peil blijft. Dat doe ik door extra files te genereren.
    Was getekend: Jut.
  • Mijn naam is Vijfdewiel.
    Ik en mijn collega’s geven advies aan meer dan de helft van de middelgrote en grote bedrijven in Nederland. Wij zorgen dat de bedrijven hun arbeidsvoorwaarden aanpassen, zoals onze nieuwe wetten dat bedoelen. We sturen als het ware mee vanuit de zijspan. Bedrijven zijn geheel vrij om ons in te huren of ons advies niet op te volgen, maar als ze dat niet doen, dat krijgen ze belastingcontrole en die controleurs vinden dan dus wat. Gewoon meewerken aan het Masterplan is voor iedereen gemakkelijker.
    Was getekend: Vijfdewiel.
  • Mijn naam is Sjeng.
    Het centrale bureau waar ik werk, maakt rapporten die statistisch verantwoord lijken en die gretig overgetiept worden door de massamedia. In werkelijkheid produceren we deze rapporten op commando en we vragen zelfs nog toestemming voordat we iets publiceren. Nederlandse bedrijven hebben in het algemeen niet de middelen, de kennis of de behoefte om zelf goed onderzoek te doen, een handjevol bedrijven dat wel zelf onderzoek uitvoert, noemt ons schertsend het nationale fraudeinstituut.
    Was getekend: Sjeng.

Wat is mijn naam?

„Probeert u mijn gezicht te schilderen?” vroeg de jonge ICT’er, vrij zeker van zichzelf.

Okay, wie heeft jou dat verteld?

„Een blafhertje heeft me dat ingefluisterd”, zei de ICT’er heel gedecideerd,
alsof hij in een boek van Erasmus zat.

Interactie met het bedrijfsleven

Je hebt gelijk, het goede antwoord zat er niet tussen. In werkelijkheid ben ik een van de mensen die de interactie met het bedrijfsleven organiseert. En we hebben zeker niet te klagen over ICT bedrijven: zij zijn ons in het algemeen erg gedienstig. Ze geven computers bij­voorbeeld een FireWire aansluiting, of ze passen de https beveiliging aan.

Zoiets is natuurlijk allemaal wel duur om te maken, maar jullie hoeven dat ook niet voor niks te doen. Wij betalen een „marktconform uurtarief” en een forfaitaire onkostenvergoeding. Ik weet niet hoe hoog die momenteel precies is, maar het was ooit ongeveer 10.000 euro per maand, een normaal redelijk salaris dus. Of misschien vinden jullie ICT’ers dat wel weinig? Weet ik niet. In elk geval: als de werkelijke onkosten hoger zijn, dan kan het bedrijf bonnetjes inleveren en omdat er natuurlijk altijd wel wat bonnetjes kwijt raken, betalen we 110% van het gedeclareerde bedrag, want waarom zouden we moeilijk doen.

De jonge ICT’er rekende uit wat het verschil was tussen 10.000 euro en het minimumloon-achtige bedrag dat hij netto maandelijks op zijn girorekening gestort kreeg. Er was dus nog ruimte voor groei, maar dan zou hij eerst nog wel wat extra skills moeten leren; achterstevoren door een brandende hoepel springen of zoiets waarschijnlijk.

Alles, van iedereen, voor altijd

De Hagenees vertelde verder: ons grootste succes tot nu toe is Scraypie. Deze tool hebben we gemaakt zodat mensen gratis kunnen bellen via internet en daarbij niet af te luisteren zijn. Maar door ons wel. Of dat wel mag? Dit is internet, die oude mannen die bepalen of zoiets mag, die snappen toch niks van internet. Wij bewaren gewoon alles.

Officieel mogen we data waarin we niets bijzonders vinden hooguit 6 maanden bewaren en daarna moeten we het weggooien. Maar dat doen we niet. Als ze de dienst daar lastige vragen over gaan stellen, dan is ons officiële antwoord dat we bij nader inzien alle gegevens na 15 jaar weggooien. Maar dat doen we ook niet. In werkelijkheid bewaren we gewoon alles van iedereen en gooien we nooit wat weg. Van jou is er ook nog alles; ik heb gisteren namelijk je doopceel gelicht, toen ik hoorde dat je vandaag hier zou zijn.

„Is het niet heel erg duur, om zoveel te bewaren?”, vroeg de jonge ICT’er — en hij dacht terug aan zijn eerste eigen harddisk, waar hij meer dan een modaal maandsalaris voor betaalde.

Dat valt best mee. Wij zijn altijd een grote klant geweest dus we kregen speciale prijzen. dasd is zelfs erg goedkoop tegenwoordig. En bovendien: je betaalt er gewoon zelf voor.

___

Alle personages en namen in dit verhaal zijn verzonnen, elke gelijkenis met bestaande gebeurtenissen of personen berust op louter toeval.

Vertel jouw mening

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s